De streek Moravië
Uitgezonderd enkele kleinere berggebieden is Moravië betrekkelijk vlak. Het ligt veel minder ingesloten dan Bohemen. In het westen vormen de lage bergen en heuvels van het Boheems-Moravisch Hoogland de grens tussen beide streken, terwijl in het oosten de uitlopersvan de Karpaten Moravië van Slowakije scheiden.
In het noorden, in de buurt van de Poolse grens, liggen twee dichtbeboste bergstreken: de Jeseniky of Hruby jesenik en de Beskiden (Beskydy). De eerstgenoemde bergketen behoort nog tot het Sudetengebergte, de tweede streek wordt tot de Karpaten gerekend. In het zuiden grenst Moravië aan Oostenrijk. Aangezien daar geen bergmassief ligt, kunnen zuidelijke luchtstromen het Moravische laagland gemakkelijk bereiken. Dit verklaart het relatief zachte klimaat dat geschikt is voor de wijnbouw. Volgens de Moraviërs komen de beste wijnen uit Znojmo en Mikulov. Deze twee plaatsen liggen in het uiterste zuiden van de streek, waar het klimaat zich bij uitstek leent voor de produktie van witte wijn (Ruslandské).
Moravië ontleent zijn naam aan de rivier de

Morava die van het noorden naar het zuiden loopt en bij de grens van Slowakije en Oostenrijk in de Donau (Dunaj) uitmondt. Deze rivier heeft een diep spoor door het landschap getrokken, waardoor een breed dal is ontstaan waarin een aantal interessante plaatsen ligt.
Al eeuwenlang was het gebied langs de Morava een belangrijke doorgangs- en handelsroute voor kooplieden en marskramers. Waar zij hun waar verkochten, ontstonden dorpjes en steden langs de rivier. Diverse sporen uit het verleden zijn in Moravië bewaard gebleven, zodat de streek ook in historisch opzicht veel te bieden heeft.
In de rivier de Dyje (een zijtak van de Morava) in het zuiden van Moravië en in de rivier de Svratka (die door Brno stroomt) bevinden zich verschillende stuwmeren die uitermate geschikt zijn voor het beoefenen van watersport. Ten noorden van Brno ligt een vermaard kalksteengebied met vele druipsteengrotten, onderaardse meertjes en rivieren. Dit gebied heet de Moravische Karst (Moravsky kras) en strekt zich uit in noordelijke richting, van de Macocha-kloof tot aan Madec, vlak bij Olomouc.